Klimaat en economie zijn geen losse werelden

Op de Dag van de Duurzaamheid is er extra aandacht voor een duurzame toekomst. Volgens Aniek Linssen, econoom en adviseur bij de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR), speelt economie daarbij een belangrijke rol. “Op het eerste gezicht lijken klimaat en economie twee verschillende onderwerpen, maar je kunt ze niet los van elkaar begrijpen.”

Linssen werkt sinds mei 2023 bij de Wetenschappelijke Klimaatraad, die kabinet en parlement adviseert over klimaatbeleid. De tien raadsleden zijn wetenschappers die hun werk voor de Raad combineren met hun academische functie. Het stafbureau ondersteunt hen met onderzoek en gesprekken met experts en beleidsmakers. “Uiteindelijk proberen we een brug te slaan tussen kennis en beleid.”

Die samenwerking is bewust interdisciplinair. “In de Raad zit bijvoorbeeld een econoom, klimaatwetenschapper, gedragswetenschapper en filosoof. Mijn bijdrage in het stafbureau komt vooral vanuit de economie.” Zo werkte ze mee aan een advies over CO₂-verwijdering. “Dan kijk ik naar de vraag waarom zulke oplossingen nog niet vanzelf van de grond komen. Welke prikkels ontbreken, welke rol kan de overheid spelen? Het gaat erom te begrijpen hoe het systeem werkt en aan welke knoppen je kunt draaien.”

Klimaatverandering als economisch vraagstuk

Dat economische perspectief is volgens Linssen essentieel om klimaatverandering te begrijpen. “Economie gaat in de kern over productie en consumptie en de manier waarop die op elkaar afgestemd worden. Als je daarnaar kijkt, zie je meteen de relatie met klimaat. Veel van onze economische activiteiten zijn bijvoorbeeld nog gebaseerd op fossiele brandstoffen. Dat betekent dat uitstoot verweven zit in een groot deel van wat we maken, kopen en gebruiken.”

Van vervoer en voedsel tot dagelijkse producten: fossiele grondstoffen zitten overal in. “Dat maakt de klimaattransitie zo’n grote uitdaging. Het gaat niet om één sector die iets anders moet doen, maar om een systeemverandering die door de hele economie heen loopt.” Volgens Linssen is klimaatverandering bovendien een klassiek economisch vraagstuk. “In de economie spreken we van externaliteiten: situaties waarin het gedrag van één partij gevolgen heeft voor anderen. Klimaatverandering is daar misschien wel het bekendste voorbeeld van. De uitstoot van een bedrijf of consument raakt uiteindelijk de hele samenleving.”

Klimaat beïnvloedt ook de economie

Tegelijkertijd vindt Linssen dat er nog te vaak maar één kant van het verhaal wordt verteld. “Ik pleit ervoor om klimaat en economie niet langer als aparte werelden te zien. Het gaat vaak over hoe economische activiteit leidt tot klimaatverandering. Maar andersom beïnvloedt klimaatverandering ook de economie.” 

De gevolgen zijn volgens haar steeds zichtbaarder. “Meer extreem weer kan leiden tot mislukte oogsten, schade aan infrastructuur of gezondheidsproblemen. Bij extreme hitte kan bepaald werk buiten zelfsonveilig worden. Dat heeft directe gevolgen voor de welvaart van Nederland in brede zin: bijvoorbeeld de volksgezondheid, maar ook welke economische activiteiten we in Nederland kunnen ontplooien en wat dat oplevert.”

Wat leerlingen zouden moeten leren
Hier ligt volgens Linssen ook een belangrijke opdracht voor het onderwijs. “Leerlingen zouden niet alleen kennis moeten opdoen over klimaat of economie, maar vooral leren om kritisch te denken en verbanden te zien.” 

Wat zij zelf tijdens haar studie miste, is die verbinding tussen economische modellen en de werkelijkheid erachter. “Modellen maken complexe vraagstukken overzichtelijk, daarbij maak je altijd aannames. Juist bij klimaat is het belangrijk om te weten welke dat zijn en wat je daardoor níet ziet.”

Veel van de klassieke modellen die ze tijdens haar economiestudie bestudeerde, gaan bijvoorbeeld over hoe de economie zich op een vaste manier ontwikkelt door technologische vooruitgang of investeringsbeslissingen. “Maar klimaatverandering verandert die basis,” zegt ze. “Denk aan landbouw waar door droogte oogsten mislukken, of hitte waardoor mensen minder kunnen werken. Als je dat niet meeneemt, krijg je al snel een te beperkt beeld van de werkelijkheid. Ik hoop dat leerlingen vaker leren om aannames te bevragen. “Waarom denken we dat iets werkt? Wat laten we weg? En wat gebeurt er als we die aanname veranderen?”

Kritisch denken over klimaatbeleid

Dat geldt ook voor klimaatbeleid. Volgens Linssen wordt soms te gemakkelijk gedacht dat de markt het probleem vanzelf oplost. “In theorie kun je zeggen: creëer een prijsprikkel en dan verandert gedrag vanzelf. Maar beleid moet ook rechtvaardig en uitvoerbaar zijn. Niet iedereen kan bijvoorbeeld een elektrische auto betalen. De protesten van de gele hesjes in Frankrijk laten zien dat economisch beleid niet automatisch maatschappelijk werkt.”

Juist daarom vindt ze het waardevol dat leerlingen met verschillende perspectieven leren kijken naar vraagstukken als circulaire economie, grondstoffengebruik, emissiehandel of fossiele subsidies. “Er zijn vaak meerdere verdedigbare standpunten. Het interessante is om te onderzoeken waar die verschillen vandaan komen. Welke aannames maken mensen? Welke argumenten gebruiken ze? Dat helpt om economische discussies beter te begrijpen.”

Geen losse werelden

Voor Linssen is dat misschien wel de belangrijkste boodschap voor de volgende generatie. “We moeten niet alleen kijken naar hoe de economie het klimaat beïnvloedt, maar ook naar hoe klimaatverandering de economie verandert.” Juist door die wisselwerking te begrijpen, leren leerlingen volgens haar verder kijken dan losse economische modellen of klimaatmaatregelen. “De uitdagingen van deze tijd vragen om een bredere blik.”

— 

Aniek Linssen werkt sinds mei 2023 als adviseur bij de Wetenschappelijke Klimaatraad. Ze studeerde aan University College Utrecht en specialiseerde zich in economie met een master aan de London School of Economics.


Geplaatst

in

door